Raketartillerie in het Nederlandse leger
Bij artillerie wordt vaak slechts gedacht aan kanonnen, houwitsers en granaten. Tot de artillerie behoren echter ook de geleide en ongeleide raketten, die in het veld worden gebruikt, de zogenaamde raketartillerie. Alhoewel het Nederlandse leger sinds 2004 niet meer over raketartillerie beschikt, is het gedurende ruim 4 decennia een belangrijk onderdeel van de Nederlandse artillerie geweest. Deze pagina beschrijft beknopt de geschiedenis van de Nederlandse raketartillerie en geeft een overzicht van de gebruikte wapens.
|
|
|
De geschiedenis |
In
1959 werd de 109e Afdeling Veldartillerie opgericht en voorzien van de Honest
John, een niet-geleide raket met een kaliber van 762 mm en een bereik van 30 km.
Niet lang daarna werden de 19e, 49e en 119e Afdeling Veldartillerie opgericht en eveneens
uitgerust met de Honest John. De 19e, 49e Afdeling Veldartillerie beschikten
ieder over één lanceerbatterij Honest John en bestonden voor de rest uit
reguliere vuurmondbatterijen. De introductie van raketartillerie in Nederland
was tevens het startsignaal voor de invoering van nucleaire artillerie in
Nederland, want in 1960 werden kernkoppen voor de Honest John verkregen, waarvan
de eerste in 1962 operationeel was. Tevens werden in 1961 de vuurmondbatterijen
van de 19e en 49e Afdeling Veldartillerie voorzien van nucleaire houwitsergranaten.
De invoering van de
Honest John vond plaats in het kader van het Mutual Defense Asistance Program (MDAP), het naoorlogse programma van de Verenigde
Staten om de Europese landen te helpen met de opbouw van hun strijdmachten. Het
programma voorzag onder andere in de invoering van de Honest John in landen als
Italië, Denemarken en België.
De Honest John werd begin jaren '50 ontwikkeld in de Verenigde Staten bij
Douglas en ging daar in 1953 in productie. Deze eerste versie van de Honest John
kreeg de typeaanduiding M31. De M31 was qua mobiliteit en reikwijdte
vergelijkbaar met conventionele veldartillerie. Ook qua tactische inzetbaarheid
en toepassing (vuursteun voor het front) hoorde het nieuwe wapen logischerwijs
bij de veldartillerie. Na verschillende verbeteringen van de M31 werd in 1960
een drastisch herziene versie van de Honest John in de VS in productie genomen:
de M50, die een bijna twee keer zo groot bereik had als de M31. De Nederlandse
artillerie heeft zowel over de M31 als de M50 beschikt.
In 1967 werd de nucleaire artillerie gereorganiseerd. De lanceerbatterij Honest John bij de 19e Afdeling Veldartillerie werd vervangen door een vuurmondbatterij van de 49e Afdeling Veldartillerie en de 49e Afdeling Veldartillerie werd opgeheven.
In
1978 volgde de Lance-raket de inmiddels verouderde Honest John op. De Lance was
een zelfgeleide raket met een maximale dracht van 120 km, die was vanaf 1963 in
de Verenigde Staten was ontwikkeld bij Ling-Temco-Vought (LTV) en in 1972 daar
in productie was genomen. De 109e en 119e Afdeling Veldartillerie werden
opgeheven en de 129e Afdeling Veldartillerie werd opgericht en met de
Lance-raket uitgerust. Ook de Lance-raketten konden worden voorzien van
nucleaire lading. In 1992 werd de inmiddels flink verouderde Lance-raket na 14
jaar trouwe dienst uit de bewapening genomen vanwege internationale afspraken
over nucleaire ontwapening. Hiermee werd de fase van de 'grote raketten' bij de
Nederlandse artillerie afgesloten. De 129e Afdeling Veldartillerie werd
opgeheven.
De afschaffing van de Lance betekende echter niet het einde van de
raketartillerie bij de Koninklijke Landmacht. In 1988 was namelijk het Multiple
Launch Rocket System (MLRS) aangeschaft. Een jaar later werd de 109e Batterij
Veldartillerie opgericht (als onderdeel van het Divisie Gevechtssteun Commando)
en uitgerust met dit wapensysteem. Het MLRS was een meervoudig
raketlanceersysteem op een rupsonderstel, dat binnen één minuut twaalf
raketten achter elkaar kon afvuren. De raketten hadden een bereik van ruim 30 km
en bevatten ieder 644 subprojectielen, die boven het doelengebied werden
uitgeworpen. Hierdoor was het systeem geschikt om zowel personeel als
lichtgepantserde doelen aan te vallen. Met de komst van de nieuwe vuurmond van
de artillerie, de PzH 2000, in het vooruitzicht, werd begin jaren 2000 duidelijk
dat een aantal taken van de batterij overbodig zou worden. In combinatie met de
bezuinigingen binnen de Koninklijke Landmacht, leidde dit tot het besluit de
MLRS uit de bewapening te nemen. In 2004 werd de 109e Batterij Veldartillerie
dan ook opgeheven en kwam er een einde aan een periode van 45 jaar
raketartillerie bij de Koninklijke Landmacht. Na een tijdje stof te hebben
vergaard in de Nederlandse arsenalen, zijn de overtollige MLRS-systemen begin
2006 aan Finland verkocht, inclusief een deel van de voorraad M26-raketten.
Omdat er voor de resterende M-26 raketten, ongeveer 16.000 stuks, geen koper kon
worden gevonden, werd besloten deze te vernietigen.
Hieronder een overzicht van de raketartillerie die door de jaren heen door het Nederlandse leger is gebruikt. Er komen in de 45-jarige geschiedenis van de Nederlandse raketartillerie slechts drie verschillende raketsystemen voor. Vanuit het overzicht kan doorgeklikt worden naar de specifieke pagina's over de systemen.
|