Legerplaats Seedorf
Van 1966 tot 2005 was de 41e Afdeling Veldartillerie gelegerd op de legerplaats Seedorf in Duitsland. Deze pagina besteedt aandacht aan deze legendarische legerplaats, die van 1963 tot 2006 door Nederlandse militairen werd bevolkt.
|
|
Stationering van Nederlandse troepen in Duitsland |
De
Nederlandse geschiedenis van Seedorf gaat terug naar september
1961, toen werd besloten om de pas opgerichte Lichte Brigade voor minimaal drie
maanden naar West-Duitsland te sturen i.v.m. de toenemende dreiging vanuit het
Oosten. Tevens werd er nagedacht over permanente legering van de ongeveer 3500 man in West-Duitsland, om
de tegenstander uit het Oosten in het geval van een conflict beter te kunnen weerstaan.
In eerste instantie kwam de Lichte Brigade tijdelijk terecht in Hohne en Fallingbostel. Toen Duitsland begin 1962 echter een kazerneruil met gesloten beurzen voorstelde, werd permanente legering van de brigade in Duitsland een feit. Nederland stelde de legerplaats Budel in Noord-Brabant beschikbaar voor een Duitse opleidingseenheid, die zonder bezwaar diep in het NAVO achtergebied kon worden geplaatst. De Duitsers stelden legerplaats Seedorf beschikbaar. Ondertussen had Nederland het plan opgevat om de Lichte Brigade te vervangen door een versterkte pantserbrigade van eveneens 3500 man. De Lichte Brigade werd dus opgeheven en eind 1963 was de volledige stationering van de nieuw opgerichte 41e Pantserbrigade in Seedorf een feit.
|
|
De legerplaats |
De
legerplaats was gelegerd tussen
Bremen en Hamburg, zo’n twintig kilometer van de snelweg die beide steden
verbindt. Het complex is gebouwd tussen
1956 en 1959 en werd enkele jaren door de Duitsers gebruikt alvorens de eerste Nederlandse militairen in 1963 op de
kazerne kwamen. De legerplaats was genoemd
naar een klein dorpje even ten noorden van de kazerne.
Bij de legerplaats lag een klein oefenterrein. In vroeger jaren waren er vlakbij de kazerne drie militaire tehuizen: het HMT, KMT en PMT. In later jaren was er slecht één militair tehuis: het AMT. Op en om de kazerne waren tal van mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding: een manege, een zwembad, een sporthal, sportvelden, een fitnessruimte, een filmzaal en ruimten voor hobbyclubs.
De meeste mensen die op
de legerplaats Seedorf werkten, woonden op de kazerne zelf of in het stadje
Zeven. In de loop der jaren zijn vele tienduizenden militairen in Seedorf
gestationeerd geweest. Eind 1963 waren er ongeveer 3500 militairen in Seedorf
gestationeerd, rond de milenniumwisseling waren dat er zo'n 2200 en in 2006 waren
er nog zo’n 1600 militairen in Seedorf gestationeerd.
Gedurende ruim vier decennia hebben constant honderden
militairen en medewerkers van de kazerne met hun gezinnen in Zeven en omstreken
gewoond. Uiteraard drukte dit een stempel op de lokale samenleving. Nederlanders
vormden een onderdeel van de leefgemeenschappen in de omgeving van de kazerne en
de door buitenlandtoelagen goed gevulde portemonnees van de Nederlandse
militairen stimuleerden de lokale economie. Duits-Nederlandse huwelijken kwamen
regelmatig voor, naar schatting totaal zo’n 500.
|
|
Veranderingen |
In de 43 jaar na de
stationering van de 41e Pantserbrigade in 1963 zag de brigade
vele veranderingen aan haar voorbijtrekken.
Met het einde van de
'Koude Oorlog' veranderden de eisen aan de omvang en paraatheid van de landmacht.
De dienstplicht werd opgeschort en in 1996 verliet de laatste
dienstplichtige (die was ingedeeld bij de 41e Afdeling Veldartillerie) de
legerplaats. Vanaf die tijd werd de legerplaats volledig bevolkt door beroepspersoneel, grotendeels
bestaande uit BBT-ers (Beroeps Bepaalde Tijd). Ook werd de paraatheidsregeling
afgeschaft, waardoor de in Seedorf gelegerde onderdelen 'maandag-tot-en-met-vrijdag'
onderdelen werden, net als de in Nederland gelegerde onderdelen. De unieke
leefsituatie, die decennia lang had gegolden, verdween grotendeels. En daarmee
de zo bij Seedorf horende saamhorigheid. In de weekenden was er geen militair
meer op de legerplaats te vinden en lag de kazerne er nagenoeg uitgestorven bij.
Bewaking werd inmiddels door een particulier beveiligingsbedrijf gedaan.
Logischerwijs vond er nauwelijks
meer vrijetijdsbesteding plaats op de kazerne. Faciliteiten zoals de filmzaal
werden daarom gesloten. De Hollandse voetbalclub werd opgeheven. Het Katholiek Militair Tehuis en het Protestants Militair Tehuis
net buiten de kazerne, ooit zo populaire plekken om je als dienstplichtige te
'drukken', werden gesloopt.
|
|
Sluiting |
In
juni 2003 werd duidelijk dat de legerbasis in Seedorf moet sluiten t.g.v. van
forse bezuinigingen van het Ministerie van Defensie. De plannen werden opgevat
om middels een grote reorganisatie te komen tot een kleinere, modernere en slagvaardigere
Koninklijke Landmacht, die
een stuk minder zou kosten. Om dit te bereiken werd besloten om de 41e Gemechaniseerde Brigade
op te heffen en legerplaats Seedorf af te stoten.
Er volgden protestmarsen in Zeven en in Seedorf, maar de plannen bleven ongewijzigd. Als eerste onderdeel van de brigade werd de 41e Afdeling Veldartillerie op 1 juni 2005 opgeheven, waarna de verhuizing van het in Seedorf gelegerde personeel en materieel werd voortgezet. Met de voltooiing van deze operatie in zicht, werd op 22 april 2006 een laatste grote reünie georganiseerd om op passende wijze een periode van 43 jaar af te sluiten, waarin Nederlandse militairen in Seedorf waren gelegerd. Zie ook de pagina over de reünie Seedorf 2006.
Op 6 mei 2006 werd de 41e Gemechaniseerde Brigade officieel opgeheven.
Die dag werd er in het plaatsje Zeven een defilé gehouden ten overstaan van burgemeester
Hans-Joachim Jaap, waarna de burgemeester en brigadecommandant Harm de Jonge in het stadspark van Zeven een monument onthulden dat aan
de Nederlandse militaire aanwezigheid in Seedorf herinnert. Het navolgende opheffingsappèl werd bijgewoond door vele (hoge) gasten, waaronder de Duitse en Nederlandse ministers van Defensie, Franz Josef Jung en Henk Kamp, die beide een toespraak hielden.
Brigadecommandant De Jonge ontving van minister Jung het Ehrenkreuz in Gold van de
Bundeswehr, een hoge Duitse onderscheiding. Tevens werden vlaggenlinten uitgereikt aan drie eenheden van de 41e Gemechaniseerde Brigade. Deze blijken van waardering vielen ten deel aan het 42e Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers, het 101e Tankbataljon en de 41e Afdeling Veldartillerie. Voor de 41e Afdeling Veldartillerie was de onderscheiding een postume aangelegenheid, aangezien de afdeling reeds in 2005 was opgeheven.
De
brigadegeneraal gaf zijn operationele opdracht terug aan de commandant der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Peter van
Uhm en overhandigde deze tevens het onderdeelsfanion. Met het strijken van de onderdeelsvlag viel officieel het doek voor de 41e Gemechaniseerde Brigade en
de legerplaats Seedorf.
Gedurende de navolgende maanden werd het vertrek uit Seedorf verder afgewikkeld. In juni 2006 verhuisden een aantal onderdelen van de voormalige 41e Gemechaniseerde Brigade naar Nederland en werden ze ingedeeld bij de 13e en 43e Gemechaniseerde Brigade.
Zo werd bijvoorbeeld het infanteriebataljon van de Limburgse Jagers ondergebracht in
Oirschot. In september werden de laatst overgebleven onderdelen van de voormalige brigade opgeheven.
Duitsland nam de legerplaats over. In ruil daarvoor kreeg Nederland oefenlocaties in
Duitsland.
|