Het geschut van de veldartillerie
Deze pagina gaat in op het geschut van de Nederlandse artillerie. Er wordt aandacht besteed aan de verschillende soorten en typen artilleriegeschut; tevens wordt een overzicht gegeven van in Nederland gebruikt artilleriegeschut door de eeuwen heen.
Door de eeuwen heen heeft men eigenaardige benamingen gehanteerd voor het geschut. Zo was een 'kanon van 30 cm' géén kanon dat 30 cm lang was en was een '25-ponder' géén geschut dat 25 pond woog (beide zou natuurlijk ook niet mogelijk zijn); het betrof hier achtereenvolgens een kanon met een kaliber van 30 cm en een geschut dat projectielen van 25 pond af kon vuren. Minder onlogisch, maar nog steeds enigszins cryptisch, waren benamingen als de '7-veld' voor een veldgeschut met een kaliber van (ruim) 7 cm en '12 hw L14' of '12 lang 14' voor een houwitser met een kaliber van 12 cm en een loop met een lengte van 14 maal het kaliber.
|
|
Houwitsers en kanonnen |
Tot in de 17e eeuw was er maar
één soort geschut: het kanon. Met de komst van de houwitser veranderde dat. Er
zijn bronnen die vermelden dat de houwitser een Nederlandse uitvinding is, maar
dit valt niet met zekerheid te stellen. In ieder geval is het zo dat medio 17e
eeuw proeven te Scheveningen werden gedaan met een geschut dat omschreven werd
als een 'Canon genaamd houwitser om daaruit granaten te werpen'. Niet lang
daarna werd dit nieuwe geschut bij de Nederlandse artillerie ingevoerd. De
houwitser was het eerste geschut dat granaten (met explosieven gevulde omhulsels)
kon afvuren, meestal in een relatief kromme boog, waartoe de houwitsers waren uitgerust met
een relatief korte loop. Kanonnen daarentegen vuurden in die tijd massieve
kogels af, in een rechte lijn op het doel, waartoe de kanonnen waren uitgerust
met een relatief lange loop. Aanvankelijk was het onderscheid
tussen een houwitser en een kanon dan ook simpel: een houwitser vuurde granaten af
en een kanon massieve kogels. Dat verschil viel echter weg toen ieder geschut granaten af
kon vuren. Voordat dit onderscheid wegviel, hadden de baan van een projectiel en
de soort munitie echter alles met elkaar te maken: een granaat 'legde' men bij
voorkeur via een boog in één keer op het doel, terwijl men kanonskogels in een
rechte lijn op het doel afvuurde en graag door de vijandelijke linies zag
'stuiteren'. Het was dan ook logisch dat in de 19e eeuw het onderscheid werd dat kanonnen direct vuur gaven en houwitsers indirect
vuurden, ongeacht de soort munitie. Oftewel: tussen 0°
(horizontaal) en 45° was het een kanon en van 45° tot 75° een houwitser. Vanaf 75° betrof het een mortier.
Vanwege de relatie tussen de lengte van de loop en de projectielbaan, raakte eind 19e eeuw
het criterium in zwang van de lengte van de loop uitgedrukt in het aantal keer het kaliber: onder de 20
was het een
houwitser, daarboven een kanon. Ook dit criterium werd echter steeds minder
gehanteerd. De gewoonte om indirect
vurend geschut (het zogenaamde krombaangeschut) als houwitsers te bestempelen en
direct vurend geschut (het zogenaamde vlakbaangeschut) als kanonnen, bleef
echter bestaan. Tot op de dag van vandaag.
Het woord 'houwitser' is afgeleid van het Duitse 'haubitze', hetgeen weer is afgeleid van het Tsjechische woord 'houfnice' ('katapult'), de uitdrukking voor een 15e eeuws geschut. Het woord 'kanon' is afgeleid van het Italiaanse 'cannone', hetgeen de vergrotende vorm is van het van oorsprong Latijnse woord 'canna' ('riet' of 'buis').
|
|
Getrokken geschut |
Niet alleen het onderscheid
tussen kanonnen en houwitsers roept soms verwarring op, in de artillerie wordt
van oudsher sowieso een wat onduidelijke terminologie gehanteerd. Een goed
voorbeeld daarvan is de kreet 'getrokken geschut'. Tot halverwege de 20e eeuw
was 'getrokken' de aanduiding voor een vuurmond met sleuven in de loop,
aangebracht in de lengterichting, enigszins getordeerd. Deze sleuven ('trekken')
zorgen ervoor dat een langwerpig projectiel tijdens zijn vlucht om zijn lengteas
roteert, hetgeen de stabiliteit en doelgerichtheid van het projectiel vergroot.
Geschut dat niet 'getrokken' was, noemde men 'glad'. In 1861 verscheen het
eerste getrokken geschut in Nederland. Toen in de jaren '50 ieder geschut trekken had, was er nog geen sprake van dat
ieder geschut gemechaniseerd was. Veel geschut moest voortbewogen worden door
trekkers of vrachtwagens en soms zelfs nog door paarden. De aanduiding
'getrokken geschut' duidt vanaf medio 20e eeuw dan ook op geschut dat zichzelf
niet voort kan bewegen.
|
|
Snelvuurgeschut |
In de historie van het geschut is 'snelvuurgeschut' eveneens een belangrijk begrip. Tot in de 20e eeuw had men te maken met de 'terugloop' van het geschut, de achterwaartse beweging van een vuurmond ten gevolge van de terugslag tijdens het vuren. De verplaatsing van het geschut zorgde ervoor dat na ieder schot opnieuw gericht moest worden, ook al deed men er alles aan om de terugloop te beperken middels wiggen, touwen en anderszins. Geschut zonder terugloop werd snelvuurgeschut genoemd, omdat het het mogelijk maakte om zonder opnieuw te richten herhaaldelijk op een zelfde doel te vuren, hetgeen de vuursnelheid uiteraard aanzienlijk verhoogde. In 1904 werd het snelvuurgeschut in Nederland geïntroduceerd. De loop van de vuurmond was voorzien van een soort slede aan de onderkant, die over een langwerpige stalen kast (de zogenaamde ‘wieg’) heen en weer kon bewegen. Met behulp van een reminrichting in de wieg werd de terugslag afgedempt en middels een vooruitbrenginrichting werd de loop automatisch over de wieg teruggeduwd in de oorspronkelijke stand. De vuurmond zelf kwam niet van zijn plek.
|
|
Overzicht artilleriegeschut door de jaren heen |
Hieronder een overzicht van kanonnen en houwitsers die door de jaren heen door de Nederlandse artillerie zijn gebruikt. Het overzicht pretendeert geenszins compleet te zijn, maar geeft wel een aardig beeld van het schietend materieel van de artillerie vanaf de 19e eeuw.
6-ponder
| Soort geschut | Gladde voorlader |
| Fabrikant | Nederland |
| In NL ingevoerd | 1848 |
| Kaliber | Ca. 9 cm |
| Gewicht | Ca.
950 kg |
| Max. vuursnelheid | 1 schot/min |
| Max. dracht | Ca. 1,5 km |
| Bemanning | Ca. 9 |
Van de 17e eeuw tot in de tweede helft van de 19e eeuw vormden 3-, 6- en 12-ponders de hoofdmoot van de bewapening van de Nederlandse artillerie. Het betrof hoofdzakelijk voorladers met gladde lopen, van ijzer of brons, die in de loop der eeuwen maar weinig veranderden. De belangrijkste verandering was dat het gewicht in de loop der jaren terugliep. Bovenstaand geschut was het laatste model 6-ponder en werd in 1848 ingevoerd. Dit zogenaamde 'lichte veldmateriaal' was van brons en werd getrokken door 6 paarden.
12-ponder
| Soort geschut | Gladde voorlader |
| Fabrikant | Nederland |
| In NL ingevoerd | 1848 |
| Kaliber | 12 cm |
| Gewicht | Ca.
950 kg |
| Max. vuursnelheid | 1 schot/min |
| Max. dracht | Ca. 3,0 km |
| Bemanning | Ca. 9 |
Van de 17e eeuw tot in de tweede helft van de 19e eeuw vormde de 12-ponder samen met de 3- en 6-ponder de hoofdmoot van de bewapening van de Nederlandse artillerie. In de loop der jaren zijn er vele modellen 12-ponder in gebruik geweest, o.a. bij de Rijdende Artillerie. Bovenstaande vuurmond was één van de laatste modellen 12-ponder en werd in 1848 ingevoerd (de laatste werd in 1861 ingevoerd). Het was van brons en werd getrokken door 6 zware of 8 gewone paarden.
Kanon van 8 cm / 4-ponder
| Soort geschut | Getrokken voorlader |
| Fabrikant | Nederland |
| In NL ingevoerd | 1861 |
| Kaliber | 85,5 mm |
| Gewicht | Ca.
95 kg |
| Max. vuursnelheid | 1 schot/min |
| Max. dracht | Ca. 1,5 km |
| Bemanning | Ca. 9 |
Het eerste veldgeschut van de Nederlandse artillerie met een getrokken loop. Na vele proefnemingen werd dit geschut in gebruik genomen, tegelijk met de getrokken 12- en 30-ponders voor het vesting- en kustgeschut. De 4-ponder kende twee varianten, want dit getrokken geschut werd geproduceerd uit bestaande gladde 6-ponders en 12-duims houwitsers. De lopen werden volgegoten en uitgeboord op 8,55 cm. De 4-ponder die van de 12-duims houwitsers werd gemaakt had een iets kortere en lichtere loop. In 1874 is de 4-ponder vervangen door het getrokken geschut 8 cm brons.
8 cm brons
| Soort geschut | Getrokken achterlader |
| Fabrikant | Oerlikon, Zwitserland |
| In NL ingevoerd | 1874 |
| Kaliber | 84 mm |
| Gewicht | 1.935
kg |
| Max. vuursnelheid | 2 schoten/min |
| Max. dracht | Onbekend |
| Bemanning | Onbekend |
Eén van de eerste kanonnen op een metalen affuit. Het geschut werd getrokken door 6 paarden en was in gebruik bij de bereden artillerie, waar het stuk het eerste getrokken achterlaadkanon was. Later ook in gebruik bij de veldartillerie. Het kanon werd in 1880 alweer opgevolgd door het kanon van 8 cm staal.
12 cm L24
| Soort geschut | Getrokken achterlader |
| Fabrikant | Krupp, Duitsland |
| In NL ingevoerd | 1878 |
| Kaliber | 125 mm |
| Gewicht | 3.540
kg |
| Max. vuursnelheid | 2 schoten/min |
| Max. dracht | 8,3
km |
| Bemanning | 7 |
In de volksmond de '12 lang staal'. Het geschut werd getrokken door 4 zware paarden of 6 gewone paarden. Oorspronkelijk gebruikt als vestinggeschut, maar vanaf 1922 bij de veldartillerie ingedeeld. Deze vuurmond heeft nog dienst gedaan tijdens de meidagen van 1940; het Nederlandse leger had toen nog steeds 157 van deze verouderde vuurmonden, waarvan de meeste waren ingedeeld bij 4 gemobiliseerde artillerieregimenten.
8 cm staal
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Krupp, Duitsland |
|
In NL ingevoerd |
1880 |
|
Kaliber |
84 mm |
|
Gewicht |
1.030 kg |
|
Max. vuursnelheid |
2 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
5,0 km |
|
Bemanning |
Onbekend |
Deze vuurmond werd ingevoerd bij Koninklijk Besluit in 1880 om het geschut 8 cm brons te vervangen. Werd in 1905 uit de bewapening genomen maar keerde terug en heeft in de meidagen van 1940 nog dienst gedaan bij het 17e en 20e Regiment Artillerie. Het geschut werd getrokken door 6 paarden.
15 cm L24
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Krupp, Duitsland |
|
In NL ingevoerd |
1880 |
|
Kaliber |
150 mm |
|
Gewicht |
4.700 kg |
|
Max. vuursnelheid |
1 á 2 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
8,8 km |
|
Bemanning |
7 |
Na de Eerste Wereldoorlog werd dit geschut uit de Nederlandse bewapening genomen, maar het keerde in 1940 terug vanwege het (logischerwijs) uitblijven van levering van in Duitsland besteld geschut. Het werd ingedeeld bij het 24e, 25e en 26e Regiment Artillerie en zodoende deden nog 72 stuks van dit oude en logge geschut dienst tijdens de meidagen van 1940.
6-Veld
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Krupp, Duitsland |
|
In NL ingevoerd |
1894 |
|
Kaliber |
57 mm |
|
Gewicht |
577 kg |
|
Max. vuursnelheid |
4 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
3,5 km |
|
Bemanning |
4 |
Dit stalen kanon is ruim 4 decennia een vaste waarde in Nederlandse leger geweest. In mei 1940 had het Nederlandse leger nog steeds de beschikking over 206 stuks van dit geschut. In 1925 werd dit geschut ook ingedeeld bij de Rijdende Artillerie, waarbij de oorspronkelijke houten wielen met ijzeren beslag waren vervangen door raden luchtbanden voor gemotoriseerd vervoer.
7-Veld
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Krupp, Duitsland |
|
Kaliber |
75 mm |
|
In NL ingevoerd |
1904 |
|
Gewicht |
990 kg |
|
Max. vuursnelheid |
6 à 8 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
6,5 km |
|
Bemanning |
7 |
Dit zwaardere 'broertje' van de 6-veld was gemaakt van nikkelstaal en werd in 1926 gemodificeerd tot een vuurmond van 1250 kg met een dracht van 10 km. Het was het eerste snelvuurkanon met rem- en vooruitbrenginrichting in het Nederlandse leger. In mei 1940 had het Nederlandse leger nog steeds de beschikking over 326 stuks van dit geschut. De 7-veld was het standaardgeschut van de veldartillerie en de Rijdende Artillerie tot 1940. Het werd getrokken door 6 paarden en bij de Rijdende Artillerie ook door Fordson-trekkers en DAF-vrachtwagens.
12 cm Houwitser L12
| Soort geschut | Getrokken achterlader |
| Fabrikant | Krupp, Duitsland |
| In NL ingevoerd | 1908 |
| Kaliber | 120 mm |
| Gewicht | 1.125
kg |
| Max. vuursnelheid | 2 á 3 schoten/min |
| Max. dracht | 6,1
km |
| Bemanning | 7 |
Krombaangeschut van staal met kanonterugloop, getrokken door paarden. In de Eerste Wereldoorlog was het nog modern geschut; in de meidagen van 1940 niet meer. Door het uitblijven van leveringen van nieuw geschut in '39 werd teruggevallen op dit oude geschut. Het 27e Regiment Artillerie had een afdeling met deze houwitser.
12 cm Houwitser L14
| Soort geschut | Getrokken achterlader |
| Fabrikant | Bofors, Zweden |
| In NL ingevoerd in | 1911 |
| Kaliber | 120 mm |
| Gewicht (beladen) | 1.610
kg |
| Max. vuursnelheid | 2 á 3 schoten/min |
| Max. dracht | 6,1
km |
| Bemanning | 7 |
Nikkelstalen houwitser, getrokken door 6 paarden. In de meidagen van 1940 in gebruik en ingedeeld bij het 2e, 4e, 5e en 7e Regiment Artillerie, die ieder een afdeling met dit geschut hadden.
10,5 cm L30
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Bofors, Zweden |
|
In NL ingevoerd |
1912 |
|
Kaliber |
105 mm |
|
Gewicht |
Onbekend |
| Max. vuursnelheid | Onbekend |
|
Max. dracht |
Ca. 15 km |
| Bemanning | Onbekend |
Snelvuurgeschut, waarvan er omstreeks 1912 twee zijn aangeschaft als proefvuurmond, maar waarvan er om onbekende redenen nooit meer zijn besteld. In mei 1940 ingedeeld bij het 17e Regiment Artillerie in Zeeuws Vlaanderen.
FK 16
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Krupp, Duitsland |
|
In NL ingevoerd |
1918 |
|
Kaliber |
77 mm |
|
Gewicht |
1.325 kg |
|
Max. vuursnelheid |
5 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
9,1 km |
|
Bemanning |
6 |
In 1916 in Duitsland in productie genomen. Na de Eerste Wereldoorlog stonden de Duitsers enkele exemplaren van de Feld Kanone 16 af aan Nederland en België.
15 cm Houwitser L17
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Krupp, Duitsland |
|
In NL ingevoerd |
1919 |
|
Kaliber |
150 mm |
|
Gewicht |
2851 kg |
|
Max. vuursnelheid |
2 á 3 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
8,5 km |
|
Bemanning |
7 |
Van dit geschut hadden de Duitsers in 1919 bij hun terugtocht via Limburg zo'n 40 exemplaren achter moeten laten (voorwaarde voor doorlating), waardoor deze stukken bij het Nederlandse leger werden ingelijfd. Het materieel was echter behoorlijk oud en versleten en werd met name bij de mobilisabele onderdelen van het Nederlands leger ingedeeld, hetgeen betekende dat de meeste stukken werden opgeslagen. In de meidagen van 1940 ingedeeld bij onder andere het 8e Regiment Artillerie.
15 cm Houwitser L15
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Vickers, Engeland |
|
In NL ingevoerd |
1920 |
|
Kaliber |
152 mm (6 inch) |
|
Gewicht |
3.693 kg |
|
Max. vuursnelheid |
2 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
8,6 km |
|
Bemanning |
9 |
Oorspronkelijk ontwikkeld eind 19e eeuw in Engeland. Het geschut heeft daarna gefungeerd als de standaard houwitser van het Britse leger. Een verbeterde versie werd in 1915 in Engeland in productie genomen en na de Eerste Wereldoorlog nam Nederland enkele tientallen exemplaren hiervan over uit de Britse wapenoverschotten. Dit geschut werd aanvankelijk voortbewogen door paarden (gewoonlijk 8 stuks) en later door Fordson- en Trado-trekkers.
105 mm Houwitser L22
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Bofors, Zweden |
|
In NL ingevoerd |
1924 |
|
Kaliber |
105 mm |
|
Gewicht |
1580 kg |
| Max. vuursnelheid | Onbekend |
|
Max. dracht |
12,0 km |
| Bemanning | Onbekend |
In Zweden bekend als de 105 mm houwitser M/40H (de H staat voor Holland). Gebruikt door het KNIL in Oost Indië, waar zo'n 30 stuks in gebruik waren. Na de Tweede Wereldoorlog zijn enkele exemplaren nog gebruikt tijdens de verdediging van Bandoeng.
75 mm Houwitser L20
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Bofors, Zweden |
|
In NL ingevoerd |
1925 |
|
Kaliber |
75 mm |
|
Gewicht |
900 kg |
| Max. vuursnelheid | 1 schot/minuut |
|
Max. dracht |
7,5 km |
| Bemanning | 11 |
Ontwikkeld naar een ontwerp van het Duitse Krupp. Na proefnemingen op Java in 1922 zijn er in 1925 30 stuks van dit geschut aan Nederland geleverd voor gebruik in Nederlands Indië door het KNIL. Batterijen van deze stukken waren onder andere gelegerd in Lahar. Naast het reguliere getrokken vervoer door paarden, werd het geschut ook vervoerd door het in delen door 8 paarden te laten dragen.
10-Veld
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Bofors, Zweden |
|
In NL ingevoerd |
1927 |
|
Kaliber |
105 mm |
|
Gewicht |
3.650 kg |
|
Max. vuursnelheid |
5 à 6 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
16,5 km |
|
Bemanning |
9 |
In 1927 heeft Nederland 52 stuks geschut 10-veld gekocht bij Bofors in Zweden. Het betrof een voor die tijd uiterst modern getrokken geschut met massieve rubberbanden met asvering. Het geschut werd getrokken door DAF Trado-trekkers of vrachtauto's, zoals de Morris-Commercial D 6x4.
105 mm le. FH 18/39
|
Soort geschut |
Getrokken achterlader |
|
Fabrikant |
Rheinmetall-Borsig, Duitsland |
|
In NL ingevoerd |
1939 |
|
Kaliber |
105 mm |
|
Gewicht |
1.985 kg |
| Max. vuursnelheid | 7 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
12,3 km |
| Bemanning | 8 |
Exportversie van de Duitse 105 mm leichte Feld-Haubitze 18, waarvan er voor de Tweede Wereldoorlog zo'n 100 door Nederland waren besteld, maar waarvan 80 stuks nog vóór de levering door de Duitse Wehrmacht werden ingepikt. Slechts een beperkt aantal van de bestelde stukken is in Nederland terechtgekomen, maar ze zijn nooit gebruikt vanwege het ontbreken van richtmiddelen en munitie.
17-Ponder
|
Soort geschut |
Getrokken antitankgeschut |
|
Fabrikant |
Royal Ordnance Factories, Engeland |
|
In NL ingevoerd |
1945 |
|
Kaliber |
76 mm |
|
Gewicht |
2.100 kg |
|
Max. vuursnelheid |
20 schoten/min |
|
Max. dracht |
2,5 km |
|
Bemanning |
7 |
Antitankgeschut, in Engeland bekend als de QF 17-pounder, waarbij QF voor Quick Firing staat. De naam van dit geschut slaat op het gewicht van de granaten die het afvuurde: 17 pond. In Nederland slechts korte tijd ingedeeld geweest bij de artillerie, want toen de landmacht in 1950 werd gereorganiseerd naar Amerikaans model, verhuisde de 17-ponder naar de infanterie.
25-Ponder
|
Soort geschut |
Getrokken vuurmond |
|
Fabrikant |
Royal Ordnance Factories, Engeland |
|
In NL ingevoerd |
1945 |
|
Kaliber |
88 mm |
|
Gewicht |
1.785 kg |
|
Max. vuursnelheid |
10 schoten/min |
|
Max. dracht |
12,3 km |
|
Bemanning |
6 |
Snelvuurgeschut, in Engeland bekend als de QF 25-pounder, waarbij QF voor Quick Firing staat. De naam van dit geschut slaat op het gewicht van de granaten die het afvuurde: 25 pond. Vanwege het kaliber en de toepassing als veldgeschut ook wel de '9-veld' genoemd. In 1938 werd dit lichte veldgeschut in Engeland in productie genomen. Het speelde een belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog tijdens de bevrijding van Nederland, want zowel de Engelse en Canadese bevrijders als de Nederlandse artillerie maakte gebruik van dit geschut. Tot de komst van de gemechaniseerde 105 mm AMX-PRA in 1965 was de 25-ponder gedurende jaren het standaardgeschut van de lichte veldartillerie en als dusdanig in gebruik bij vele afdelingen, waaronder de 41e Afdeling Veldartillerie. Nadat het geschut uit de parate bewapening was genomen, is het tot 1984 nog ingedeeld geweest bij mobilisabele onderdelen en gebruikt als oefengeschut op het ASK bij Oldebroek. In 1985 werd op feestelijke wijze officieel afscheid genomen van de 25-ponder op het ASK. De foto is in '90 gemaakt bij de 41 Afdva in Seedorf, waar een oude 25-ponder als soort van monument bij de batterijgebouwen stond.
Archer 17-ponder
|
Soort geschut |
Gemechaniseerd antitankgeschut |
|
Fabrikant |
Royal Ordnance Factories, Engeland |
|
In NL ingevoerd |
1948 |
|
Kaliber |
76 mm |
|
Motor |
GMC 6-cilinder diesel, 165 pk |
|
Gewicht |
15.250 kg |
|
Max. vuursnelheid |
20 schoten/min |
|
Max. dracht |
2,5 km |
|
Max. snelheid |
32 km/u |
|
Bemanning |
4 |
Brits fabrikaat, samengesteld uit een het chassis van een Valentine tank en een 17-ponder kanon. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Nederland een aantal van dit geschut van de Britten overgenomen. Slechts vier Archers zijn actief geweest bij de landmacht, echter niet bij parate onderdelen. Ze waren van 1948 tot in 1951 ingedeeld bij de Instructiebatterij Artillerie op Motoraffuit, een opleidingsbatterij voor gemechaniseerd geschut, waar ook vier Sextons (gemechaniseerde 25-ponders) waren ingedeeld.
Sexton 25-ponder SPG
|
Soort geschut |
Gemechaniseerde vuurmond |
|
Fabrikant |
Montreal Locomotive Company, Canada |
|
In NL ingevoerd |
1948 |
|
Kaliber |
88 mm |
|
Motor |
Continental 9-cilinder benzine, 400 pk |
|
Gewicht |
25.860 kg |
|
Max. vuursnelheid |
10 schoten/min |
|
Max. dracht |
12,3 km |
|
Max. snelheid |
39 km/u |
|
Bemanning |
5 |
Canadees ontwerp, samengesteld uit het Britse 25-ponder kanon en het onderstel van de Canadese Ram tank. De geschutskoepel van de Ram werd vervangen door een open opbouw, waarin de 25-ponder werd geplaatst. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Nederland een aantal van deze vuurmonden van de Canadezen overgenomen. Slechts vier Sextons zijn actief geweest bij de landmacht, echter niet bij parate onderdelen. Ze waren van 1948 tot in 1951 ingedeeld bij de Instructiebatterij Artillerie op Motoraffuit, een opleidingsbatterij voor gemechaniseerd geschut, waar ook vier Archers (gemechaniseerde 17-ponders) waren ingedeeld.
M114 A1 Houwitser
|
Soort geschut |
Getrokken vuurmond |
|
Fabrikant |
Rock Island Arsenal, VS |
|
In NL ingevoerd |
1949 |
|
Kaliber |
155 mm |
|
Gewicht |
5.800 kg (M114/39: 8040 kg) |
|
Max. vuursnelheid |
3 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
14,6 km (M114/39: 30,4 km) |
|
Bemanning |
11 |
De M114 verscheen in de VS in 1942, toen nog M1 155 mm genaamd. Na de Tweede wereldoorlog omgedoopt naar M114. Eind jaren '40 deden 51 stuks van dit geschut hun intrede bij het Nederlandse leger. Tot eind jaren '60 het standaardgeschut van o.a. de 14e en de 44e Afdeling Veldartillerie. De vuurmond werd voortgetrokken door een artillerietrekker 13 ton volrups, ofwel de High Speed Tractor 13. Later fungeerde de 6-tonner vrachtauto DAF YA616 als trekker. Het oorspronkelijke model had een loop met een lengte van 23 maal het kaliber en was om die reden ook bekend als de M114/23. In 1989 gemodificeerd tot de M114/39 (langere loop) door het Nederlandse RDM Technology. Het bereik werd weliswaar vergroot (ruim 30 km), maar het decennia oude materieel bleek niet tegen de hogere belastingen bestand te zijn. Daarom werd besloten de M114/39 uitsluitend nog in oorlogstijd te gebruiken en vijftien overtollige Duitse getrokken vuurmonden FH70 aan te schaffen om het personeel geoefend te houden op getrokken vuurmonden.
M101 Houwitser
|
Soort geschut |
Getrokken vuurmond |
|
Fabrikant |
Rock Island Arsenal, VS |
|
In NL ingevoerd |
1950 |
|
Kaliber |
105 mm |
|
Gewicht |
2.030 kg |
|
Max. vuursnelheid |
10 schoten/min |
|
Max. dracht |
11,3 km |
|
Bemanning |
9 |
Tijdens de Tweede Wereldoorlog nog bekend als de M2 105 mm. In 1940 in productie genomen en vervolgens gedurende decennia één van 's werelds meest gebruikte houwitsers. Kort na de invoering in Nederland in 1950 mobilisabel gesteld vanwege de standaardisatie van de lichte veldartillerie naar de 88 mm 25-ponder. In 1964 weer paraat gesteld i.v.m. standaardisatie naar 105 mm en ingedeeld bij de 11e Afdeling Rijdende Artillerie en de 42e Afdeling Veldartillerie. In de jaren '70 alleen nog ingedeeld bij mobilisabele afdelingen en daarna gebruikt op het ASK bij Oldebroek voor het oefenen van voorwaartse waarnemers en vuurregelingspersoneel. In 1991 werd na ruim 40 jaar met enig ceremonieel officieel afscheid genomen van de M101 op het ASK bij Oldebroek.
M59 Kanon
|
Soort geschut |
Getrokken vuurmond |
|
Fabrikant |
US Ordnance Dept, VS |
|
In NL ingevoerd |
Ca. 1950 |
|
Kaliber |
155 mm |
|
Gewicht |
13.490 kg |
|
Max. vuursnelheid |
1 schot/minuut |
|
Max. dracht |
24,1 km |
|
Bemanning |
12 |
In 1941 werd in de VS een 155 mm variant op de beproefde 105 mm M1 in productie genomen door op het nieuw ontwikkelde onderstel van de M1 een lange 155 mm loop aan te brengen. Aanvankelijk onder de noemer '155 mm Gun M1 on M1 carriage', maar na de oorlog werd het stuk omgedoopt naar M59, bijgenaamd 'Long Tom' en deed het zijn intrede in het Nederlandse leger bij de 106e Afdeling Veldartillerie. Het kanon werd voortgetrokken door een artillerietrekker 18 ton volrups, ofwel de High Speed Tractor 18 ton M4. In 1966 werd de 'Long Tom' vervangen door het gemechaniseerde 175 mm kanon M107.
M115 Houwitser
|
Soort geschut |
Getrokken vuurmond |
|
Fabrikant |
FMC Corp, VS |
|
In NL ingevoerd |
1950 |
|
Kaliber |
203 mm |
|
Gewicht |
14.515 kg |
|
Max. vuursnelheid |
1 schot/minuut |
|
Max. dracht |
16,8 km |
|
Bemanning |
17 |
Origineel genaamd 203 mm M1, maar na de oorlog omgedoopt naar M115. Deze 8 inch houwitsers werden getrokken door onder andere DAF YA616 6x6 6-tonner vrachtauto's. In de jaren '50 en '60 ingedeeld bij onder andere de 19e, 49e en 106e Afdeling Veldartillerie. In 1968 werd bij de 19e Afdeling Veldartillerie (nucleaire artillerie) de M115 vervangen door de gemechaniseerde 203 mm houwitser M110. In 1982 werden de laatste houwitsers M115 vervangen door houwitsers M110 A2, onder andere bij de 108e Afdeling Veldartillerie.
Achilles 17-ponder SPG
|
Soort geschut |
Gemechaniseerd antitankgeschut |
|
Fabrikant |
Royal Arsenal, Engeland |
|
In NL ingevoerd |
1952 |
|
Kaliber |
76 mm |
|
Motor |
General Motors 12-cilinder diesel, 410 pk |
|
Gewicht |
29.600 kg |
|
Max. vuursnelheid |
20 schoten/min |
|
Max. dracht |
2,5 km |
|
Max. snelheid |
48 km/u |
|
Bemanning |
5 |
Brits ontwerp, samengesteld uit het chassis van een M10 Wolverine tank, waarbij het kanon werd vervangen door een 17-ponder. In Engeland ook bekend als de M10 17-pounder en in de Verenigde Staten als de Slugger (alhoewel meerdere 'tankdestroyers' deze naam hebben gedragen). Na de Tweede Wereldoorlog heeft Nederland een aantal van deze vuurmonden van de Canadezen overgenomen. De Achilles werd in eerste instantie in 1952 ingedeeld bij de Instructieafdeling Gemechaniseerde Artillerie. In 1953 ook bij de parate nieuw geformeerde 171e Afdeling 17-ponder Self Propelled, die over 12 stuks beschikte. Met de invoering van het Amerikaanse organisatiemodel was tankbestrijding geen taak meer voor de artillerie en verdween de Achilles nog hetzelfde jaar van het toneel.
Sherman M4 105 mm
|
Soort geschut |
Gemechaniseerd antitankgeschut |
|
Fabrikant |
Detroit Tank Arsenal, VS |
|
In NL ingevoerd |
1954 |
|
Kaliber |
105 mm |
|
Motor |
Ford 8-cilinder benzine, 500 pk |
|
Gewicht |
31.730 kg |
|
Max. vuursnelheid |
Onbekend |
|
Max. dracht |
Onbekend |
|
Max. snelheid |
42 km/u |
|
Bemanning |
5 |
De Sherman M4 gemechaniseerde 105 mm houwitser heeft slechts korte tijd dienst gedaan bij de veldartillerie. In 1954 ingevoerd bij de veldartillerie als tankbestrijder en in 1955 reeds naar de cavalerie verhuisd. Tankbestrijding was namelijk met de invoering van het Amerikaanse organisatiemodel geen taak meer voor de artillerie. De M4's hebben vervolgens nog jaren bij de cavalerie gediend.
AMX-13 L44 105 mm Antitank
|
Soort geschut |
Antitankgeschut |
|
Fabrikant |
AMX, Frankrijk |
|
In NL ingevoerd |
1963 |
|
Kaliber |
105 mm |
| Motor | SOFAM 8GXb 8-cilinder benzine, 250 pk |
|
Gewicht |
15.000 kg |
|
Max. vuursnelheid |
10 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
3,0 km |
| Max. snelheid |
60 km/u |
|
Bemanning |
3 |
De AMX-13 was één van de eerste gepantserde voertuigen die door de Fransen na de Tweede Wereldoorlog werden ontwikkeld. In 1963 in Nederland ingevoerd bij de cavalerie (103e Verkenningbataljon) en in 1964 bij de veldartillerie. Vanaf 1964 was tankbestrijding namelijk ook een taak van de veldartillerie. Iedere pantserinfanteriebrigade had de beschikking over een batterij veldartillerie, uitgerust met de 105 mm: de 11e, 12e, 13e en 42e Batterij Veldartillerie. In 1975 verhuisde tankbestrijding echter weer naar de infanterie en sindsdien behoorde de AMX-13 niet meer tot de artillerie. Naast het 105 mm kanon beschikte dit voertuig over rookgranaatwerpers en twee 7,62 mm Mag-mitrailleurs.
AMX-PRA 105 mm Houwitser
|
Soort geschut |
Gemechaniseerde vuurmond |
|
Fabrikant |
AMX, Frankrijk |
|
In NL ingevoerd |
1965 |
|
Kaliber |
105 mm |
| Motor | SOFAM 8GXb 8-cilinder benzine, 250 pk |
|
Gewicht |
16.500 kg |
|
Max. vuursnelheid |
10 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
15,0 km |
| Max. snelheid |
60 km/u |
|
Bemanning |
5 |
Ook bekend als de AMX-PRA L30, waarbij PRA staat voor PantserRupsArtillerie en L30 voor de lengte van de loop uitgedrukt in het aantal maal het kaliber. Daarnaast ook wel aangeduid als de AMX Mk 61. De AMX-PRA is afgeleid van de AMX-13 lichte tank (beide voertuigen hebben een identiek onderstel) en werd in 1952 in Frankrijk in productie genomen. Van 1965 tot 1969 was deze vuurmond het standaardgeschut van de 41e Afdeling Veldartillerie, waar het de getrokken 25-ponder opvolgde en de gemechaniseerde M109 voorafging. Daarnaast langere tijd het standaardgeschut van de 42e Afdeling Veldartillerie (tot in 1983), de 43e Afdeling Veldartillerie (tot in 1969) en de 11e Afdeling Rijdende Artillerie. Na revisie door RDM & Wilton Feijenoord is medio jaren '80 een groot aantal AMX-PRA's verkocht aan Indonesië.
M107 Kanon
|
Soort geschut |
Vuurmond op motoraffuit |
|
Fabrikant |
FMC Corp, VS |
|
In NL ingevoerd |
1966 |
|
Kaliber |
175 mm |
|
Motor |
Detroit Diesel 8V71T 8-cilinder, 405 pk |
|
Gewicht |
28.200 kg |
|
Max. vuursnelheid |
2 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
32,8 km |
|
Max. snelheid |
56 km/u |
|
Bemanning |
5 |
Het 175 mm kanon M107 werd eind jaren '50 in de Verenigde Staten ontwikkeld door Pacific Car and Foundry, tegelijk met de 203 mm houwitser M110. Beide vuurmonden kregen hetzelfde onderstel. De serieproductie starte in 1962 bij Pacific Car and Foundry; latere opleveringen kwamen uit de fabrieken van FMC Corporation en Bowen-McLaughlin-York (BMY). De M107 was tot in 1986 de hoofdbewapening van de 107e Afdeling Veldartillerie, waar het werd opgevolgd door de M110 A2.
M110 A2 Houwitser
|
Soort geschut |
Vuurmond op motoraffuit |
|
Fabrikant |
BMY Combat Systems,
VS |
|
In NL ingevoerd |
1968 |
|
Kaliber |
203 mm (8 inch) |
|
Motor |
Detroit Diesel 8V71T 8-cilinder, 405 pk |
|
Gewicht |
31.200 kg |
|
Max. vuursnelheid |
2 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
30,0 km |
|
Max. snelheid |
56 km/u |
|
Bemanning |
5 |
De M110 heeft hetzelfde onderstel als de 175 mm M107, echter de loop is van een groter kaliber. Bij de introductie in Nederland ingedeeld bij de 19e Afdeling Veldartillerie (nucleaire artillerie) ter vervanging van de getrokken 203 mm houwitser M115. Het betrof toen nog de standaard M110, die in de VS werd geproduceerd bij Pacific Car and Foundry en later bij FMC Corporation. Later volgde de verbeterde versie M110 A1, waarbij de originele loop van 25 kalibers was vervangen door een loop met een lengte van 40 maal het kaliber. De productie vond inmiddels plaats bij BMY in de VS. In 1982 maakte de volgende verbeterde versie, de M110 A2, zijn entree bij de Koninklijke Landmacht. Verbeteringen betroffen onder andere het aanbrengen van een mondingsrem op de loop. Bij de introductie in Nederland verving de M110 A2 de getrokken houwitsers 203 mm (8 inch) M115 bij de 108e Afdeling Veldartillerie. In 1986 verving de M110 A2 het gemechaniseerde 175 mm kanon M107 bij de 107e Afdeling Veldartillerie. In 1991 werd de M110 uitgefaseerd bij de Koninklijke Landmacht.
M109
A2 Houwitser
| Soort geschut | Gemechaniseerde
vuurmond |
| Fabrikant | BMY Combat Systems,
VS |
| In NL ingevoerd | 1968 |
| Kaliber | 155 mm |
| Motor | Detroit Diesel 8V71T 8-cilinder, 405 pk |
| Gewicht (beladen) | 25.500
kg |
| Max. vuursnelheid | 4
schoten/min |
| Max. dracht | 23,5
km |
| Max. snelheid | 56
km/u |
| Bemanning | 6 |
De eerste versie van de gemechaniseerde vuurmond M109 werd in 1962 in de VS bij Cadillac in productie genomen en groeide al snel uit tot een vaste waarde binnen de NAVO-arsenalen en bij veel andere legers. Zie ook de M109-fotogalerij. Hoofdbewapening van vele (inmiddels al of niet opgeheven) artillerieafdelingen: de 11e Afdeling Rijdende Artillerie, de 12e, 14e, 41e, 43e en 44e Afdeling Veldartillerie. De M109 werd door verschillende fabrikanten in de VS geproduceerd; in Nederland in coproductie met Wilton-Feijenoord. In 1978 werd de M109 A2 in de VS in productie genomen en enige tijd later verscheen deze in Nederland. In 1990 deed de M109 A2/90 zijn intrede bij de Nederlandse artillerie, een door RDM in Nederland geüpgrade versie van de M109 A2. Inmiddels is de M109, na bijna vier decennia als belangrijkst geschut van de Nederlandse artillerie gefungeerd te hebben, vervangen door de hypermoderne gemechaniseerde 155 mm houwitser PzH 2000.
|
Soort geschut |
Getrokken vuurmond met kleine motor |
|
Fabrikant |
Rheinmetall, Duitsland |
|
In NL ingevoerd |
1990 |
|
Kaliber |
155 mm |
|
Motor |
Volkswagen 1,8 liter, 65 pk+ |
|
Gewicht |
9.600 kg |
|
Max. vuursnelheid |
6 schoten/minuut |
|
Max. dracht |
24 km |
|
Max. snelheid |
16 km/u |
|
Bemanning |
8 |
Voluit Feldhaubitze 70. Om het personeel van de Koninklijke Landmacht op getrokken vuurmonden geoefend te kunnen houden, zijn in 1990 vijftien overtollige Duitse FH 70's verworven. Normaal gesproken wordt de FH70 getrokken, maar voor noodgevallen en korte afstanden beschikt de FH70 over een kleine motor. Inmiddels zijn de FH70's uitgefaseerd bij de Koninklijke Landmacht.
PzH 2000 NL
Soort geschut |
Gemechaniseerde vuurmond |
Fabrikant |
Wegemann, Duitsland |
In NL ingevoerd in |
2006/2007 |
Kaliber |
155 mm |
Motor |
Power pack V8 diesel, 736 kW |
Gewicht (beladen) |
55.000 kg |
Max. vuursnelheid |
10 schoten/minuut |
Max. dracht |
40 km |
Max. snelheid |
61 km/u |
| Bemanning | 5 |
De PzH 2000 is de langverwachte opvolger van de M109. De grootste verbeteringen ten opzichte van de M109 A2/90 zijn de verdere dracht, betere bepantsering, betere terreinvaardigheid en hogere vuursnelheid. Door het geautomatiseerde laden van de 45-50 kg zware projectielen zijn ook de arbeidsomstandigheden sterk verbeterd. De eerste twee stuks PzH 2000 zijn in november 2005 afgeleverd op het Opleidings- en Trainingscentrum Vuursteun (OTCVust) in ‘t Harde. In eerste instantie gebruikt voor beproevings- en verificatiedoeleinden en vervolgens voor demonstraties, opleiding en omscholing. In januari 2006 is begonnen met de aflevering van de resterende PzH 2000's. De 14e Afdeling Veldartillerie was de eerste afdeling die op de PzH 2000 overschakelde; de afdeling nam in augustus 2006 drie splinternieuwe PzH 2000 NL's mee op missie naar Afghanistan. In 2007 schakelde de 11e Afdeling Rijdende Artillerie over op de nieuwe vuurmond. Beide afdelingen beschikken over 12 stuks PzH 2000.
|