Van de 17e eeuw tot in de tweede
helft van de 19e eeuw vormden 3-, 6- en 12-ponders de hoofdmoot van de
bewapening van de Nederlandse artillerie. Het betrof hoofdzakelijk voorladers
met gladde lopen, van ijzer of brons, die in de loop der eeuwen maar weinig
veranderden. De belangrijkste verandering was dat het gewicht in de loop der
jaren terugliep. Bovenstaand geschut was het laatste model 6-ponder en werd in 1848
ingevoerd. Dit
zogenaamde 'lichte veldmaterieel' was van brons en werd getrokken door 6 paarden.