BtVa Pr. Irene (1943-1945)BtVa Pr. Irene (1943-1945)

Oprichting:1943-01-01
Opheffing:1945-07-13
Gelegerd te:Wrottesley Park, Conway, Harwich, Zeeland (o.a. Walcheren)
Geschut:25-ponder

BtVa Pr. Irene - Klik om te vergrotenNadat het Nederlandse leger in mei 1940 was verslagen, werd het feitelijk ontbonden. Diverse militairen vluchtten naar Engeland, waaronder een aantal artilleristen. In Engeland richtte men de Brigade ‘Prinses Irene’ op, die was bedoeld als Nederlandse bijdrage aan de geallieerde strijdmachten. De brigade werd in mei 1941 gelegerd in Wrottesley Park bij Wolverhampton. De opbouw van de brigade verliep moeizaam en de gewenste slagkracht werd nooit bereikt, met name door het gebrek aan (jong) personeel. Toch zag men kans om op 1 januari 1943 de brigade uit te breiden met een batterij veldartillerie. Commandant van de batterij was kapitein J.A. Risseeuw en luitenant G. Gouman fungeerde als ondercommandant. De batterij telde 92 man en werd naar Brits voorbeeld georganiseerd. Het werd uitgerust met vier 25-ponders. De opleiding van het personeel vond buiten de Prinses Irenebrigade plaats, bij verschillende Britse artillerieregimenten, onder andere bij 195th Field Regiment in Conway, Wales.

In september 1943 werd de batterij weer herenigd met de brigade, die inmiddels in Harwich was gelegerd. De navolgende periode werd er vooral geoefend, waarna de batterij zich voorbereidde op deelname aan de strijd op het vasteland. Voor veel artilleristen duurde deze periode te lang. Zo'n twee maanden na de start van de invasie landde de batterij op 12 augustus 1944 in Normandië. Al snel kreeg de batterij er twee stukken bij en werd de sterkte opgekrikt naar 130 man. De batterij werd losgemaakt van de brigade en ingedeeld bij Britse en vervolgens Amerikaanse troepen. Gedurende enkele weken verleende de batterij vuursteun aan de snel oprukkende geallieerde troepen, waarna de batterij zich weer bij de brigade voegde en aan de opmars door België deelnam. De batterij werd vervolgens ingedeeld bij 4th Regiment Royal Horse Artillery en nam deel aan de gevechten bij Hilvarenbeek en Tilburg, die met moeite werden gewonnen. Als enige Nederlandse eenheid nam de batterij deel aan de intochtparade in Tilburg samen met de geallieerde troepen. Van half november 1944 tot en met maart 1945 was de batterij op diversie locaties in Zeeland gelegerd, waar het de geallieerde commandoraids ondersteunde. De Bommelerwaard was het laatste stellinggebied van de batterij. Van 22 tot 26 april ondersteunde de eenheid daar op krachtige wijze de geallieerden in hun (uiteindelijk succesvolle) strijd om de Bommelerwaard.

Na negen maanden zat de veldtocht van de batterij er op. In die negen maanden verloor de batterij twee man en werden er 17.400 projectielen verschoten. Op 8 mei 1945 nam de batterij, nu weer als onderdeel van de brigade, deel aan de intocht in Den Haag en op 31 mei aan de grootste overwinningsparade in Amsterdam. Op 13 juli 1945 werd de brigade, en daarmee de batterij, opgeheven. De brigade ontving daarbij van Prins Bernhard het Ridderkruis Militaire Willemsorde 4e Klasse. De meeste artilleristen demobiliseerden en gingen naar huis. Anderen, waaronder Risseeuw en Gouman (die inmiddels majoor, respectievelijk kapitein waren geworden), gingen meewerken aan de wederopbouw van de artillerie.

Media: 
Klik om te openen Foto's: BtVa Pr. Irene

Naar de homepage van 41 AfdVa C-bt 87-1/2Home