Begin jaren '60 startte voor de derde maal sinds de Tweede Wereldoorlog een periode waarin antitankgeschut bij de veldartillerie was ingedeeld. In 1962 werd gestart met de oprichting van vier batterijen veldartillerie die voor de tankbestrijding bij de pantserinfanteriebrigades gingen zorgen. Gedurende 1962 en 1963 werden de 11e, 12e, 13e en 42e Batterij Veldartillerie Antitank (BTVa AT) opgericht. Elke batterij bestond uit drie pelotons, waarvan één mobilisabel. Een peloton was uitgerust met vijf lichte AMX-tanks. 11, 13 en 42 BtVa AT werden direct na oprichting paraat gesteld. 12 BtVa AT werd in 1968 paraat gesteld. De invoering van nieuw antitankmaterieel was de aanleiding om vanaf 1972 de batterijen weer in te delen bij de infanterie.