41 Afdva Charly batterij, lichting 77-6/78-1
De 41 Afdva Charly batterij lichting
77-6/78-1 was de eerste lichting onder de bezielende leiding van kapitein
Risseeuw, die een aantal dienstplichtige onderofficieren van latere lichtingen
nog wel zullen kennen als commandant van de Artillerie Onderofficiersopleiding
in Breda. De batterij diende van mei 1978 tot februari 1979.
Lichting 77-6/78-1 was een lichting die met flink wat nieuwe zaken te maken kreeg. Het was de eerste lichting waarvan de kanonniers de opleiding kregen bij de schoolbatterij in Oirschot, die daarvoor in Grave was gelegerd. Daarnaast had men te maken met nieuw materieel, want de Landrover en de vernieuwde M109 waren pas ingevoerd. In Oirschot werd er nog geschoten met de 'oude' M109 met korte de loop, maar in Seedorf stonden de vernieuwde M109's met de lange loop al klaar. Het nieuwe materieel functioneerde echter niet altijd even goed. Zo waren er problemen met de remmen van de Landrovers, waardoor een rijverbod werd afgekondigd. En het was vaak zo dat slechts 5 van de 6 stukken M109 inzetbaar waren. Dit laatste kwam eigenlijk niet eens zo slecht uit, want er was ook nog eens sprake van onvoldoende personele bezetting (rond de 70%), waardoor men eigenlijk maar personeel had voor 5 stukken. En dus werden de stuksbemanningen over 5 stukken verdeeld.
Niet
alleen op het vlak van het materieel zat het deze lichting Charly niet altijd
mee, ook de weersomstandigheden deden af en toe een duit in het zakje. Rond Sinterklaas was het spekglad in Seedorf.
Zó glad, dat voor alle voertuigen (zowel burger als militair) een rijverbod van
kracht werd. De laatste twee maanden werden gekenmerkt door sneeuw en kou (20
graden vorst). Degenen die geen tanklaarzen hadden, zoals bijvoorbeeld de
munitiewerkers, kregen snel koude voeten. Toen de batterij af mocht zwaaien
waren de Duitse autowegen dichtgesneeuwd en moest er een vrijbrief aan te pas
komen om de gedeeltelijk vrijgemaakte autobahn op te mogen om naar huis te
gaan.
Uiteraard werkte ook deze lichting Charly weer een aantal schietoefeningen af. Vaak was het stelling in en stelling uit, zonder dat er veel geschoten werd, want de granaten waren duur. Men kreeg zelfs geen oefenpatronen mee voor de UZI of FAL. De stuksbemanning mocht één keer een patroonband voor de .50 leegschieten en het beroepskader kon het uiteraard niet laten om zelf ook eens te schieten.
In september
mocht de batterij gedurende twee weken 'gratis toeren' door Duitsland. Eens in de vijf jaar
werd er namelijk een grote trekoefening georganiseerd, deze keer onder de naam 'Saxon
Drive'. De stukken werden op de trein geladen op een spoor bij de kazerne,
waarna men verplaatst werd naar het startpunt van de oefening . Een drukke
periode volgde: veel verplaatsingen en weinig slapen. Er werd een keer in een kleedruimte
bij een sportveld geslapen, tegen betaling van één DM per persoon, maar vaak was het even pitten in de M109 of in een hooiberg.
Zo'n 'rondreis' klinkt dan ook leuker dan dat het is, want veel werd er niet
gezien onderweg. Ook waren er niet veel contacten met de andere deelnemers aan 'Saxon
Drive'. Soms hadden figuren als de foef wel eens contact met de Amerikanen.
Natuurlijk was er het traditionele ouderweekend. Wel even de foto's van de muren halen, want je kon de ouders en vriendinnen toch niet aan zoveel bloot blootstellen.
Op
de kazerne zelf was het de gebruikelijke jolijt. Onderhoud op de plaat, 's
avonds in de bar of stappen. Een beetje extra leven in de brouwerij werd
bijvoorbeeld gebracht door een brandblusser leeg te spuiten, zoals rond oud en
nieuw gebeurde. Het wachtlopen had in die tijd een extra dimensie. Kanonnier Peter
Sligchers, in instantie breedterichter en later hoogterichter op de M109,
herinnert zich nog: 'In die tijd moesten we tijdens het wachtlopen op onze hoede zijn, want de RAF had een aantal Nederlandse militairen wapens afhandig gemaakt. Vooral het wachtlopen bij de munitiebunker was door de aangebrachte verlichting nogal eens spannend. Op een keer hoorden we een verdacht geluid. Het kraakte in de struiken. Gelukkig voor ons bleek het om een hert of ander dier te gaan.
Bij de hoofdpoort hebben we tijdens een wacht ook wat leuks meegemaakt. We merkten op dat er een
Volkswagen kever nogal erg op en neer ging. Je kunt wel raden wat daar gebeurde. Trouwens, er stonden vooraan vaak enkele busjes met meisjes van
plezier'.
|